Praktijkovereenkomst BBL (Nederland)

Bijgewerkt op 10 augustus 2026

Een praktijkovereenkomst voor de beroepsbegeleidende leerweg is geen tweepartijencontract tussen werkgever en leerling, zoals in de meeste andere Europese leerlingstelsels. Artikel 7.2.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bepaalt dat de overeenkomst wordt gesloten door de onderwijsinstelling, de student, en het bedrijf of de organisatie dat de beroepspraktijkvorming verzorgt — drie partijen, niet twee.

Dit is een structureel verschil dat sjablonen uit andere landen niet reproduceren: de praktijkovereenkomst regelt de beroepspraktijkvorming zelf, maar staat los van de arbeidsovereenkomst die de arbeidsrechtelijke verhouding tussen de student en het leerbedrijf regelt en die een andere looptijd kan hebben dan de praktijkovereenkomst. Dit sjabloon behandelt daarom uitsluitend de praktijkovereenkomst, en wijst er expliciet op dat een afzonderlijke arbeidsovereenkomst nodig is voor de arbeidsrechtelijke kant van de relatie.

0 van 14 velden ingevuld

Tik in het document hieronder op een gemarkeerd veld en typ er meteen in.Gratis — zonder registratie, zonder watermerk

Praktijkovereenkomst Beroepsbegeleidende Leerweg

Deze praktijkovereenkomst wordt op aangegaan door (de Onderwijsinstelling), , geboren op (de Student), en , erkenningsnummer (het Leerbedrijf), overeenkomstig artikel 7.2.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

1. Beroepspraktijkvorming

Kwalificatiedossier of opleiding:
Startdatum praktijkplaats:
Einddatum praktijkplaats:
Omvang praktijkuren:

2. Begeleiding

Begeleider bij het Leerbedrijf:
Begeleider vanuit de Onderwijsinstelling:
Contactpunt bij tekortschieten:

Wijze van voortgangsbeoordeling:

Het Leerbedrijf verklaart te beschikken over een erkenning op grond van artikel 1.5.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor het verzorgen van de beroepspraktijkvorming in het kader van deze overeenkomst.

Indien de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, of andere omstandigheden maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren kan plaatsvinden, neemt de Student contact op met bij de Onderwijsinstelling, die na overleg met de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven bevordert dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar komt.

3. Verhouding tot de Arbeidsovereenkomst

Deze praktijkovereenkomst regelt uitsluitend de beroepspraktijkvorming volgens de Wet educatie en beroepsonderwijs. Zij staat los van een eventuele afzonderlijke arbeidsovereenkomst tussen de Student en het Leerbedrijf, die de arbeidsrechtelijke relatie regelt en een andere looptijd kan hebben dan deze praktijkovereenkomst.

Onderwijsinstelling

Datum:

Student

Datum:

Leerbedrijf

Datum:

Drie partijen, niet twee

Artikel 7.2.9, eerste lid, van de WEB legt de verantwoordelijkheid voor de beschikbaarheid van de praktijkplaats en de totstandkoming van de praktijkovereenkomst bij het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling, maar de overeenkomst zelf wordt gesloten door drie partijen samen: de instelling, de student en het bedrijf of de organisatie dat de beroepspraktijkvorming verzorgt. Dit sjabloon weerspiegelt die driepartijenstructuur met afzonderlijke handtekeningvelden voor elk van de drie, in plaats van de school te behandelen als een louter administratieve toeschouwer.

Artikel 7.2.8 regelt de onderliggende verplichting dat de beroepspraktijkvorming plaatsvindt bij een bedrijf of organisatie met een erkenning op grond van artikel 1.5.3 — het leerbedrijf moet dus formeel erkend zijn, niet alleen bereid om een leerling aan te nemen.

Wat als de praktijkplaats tekortschiet

Artikel 7.2.9, tweede lid, voorziet in de situatie waarin na het sluiten van de overeenkomst blijkt dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het bedrijf niet langer over een gunstige beoordeling beschikt, of andere omstandigheden maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren kan plaatsvinden. In dat geval moet het bevoegd gezag van de instelling, na overleg met de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bevorderen dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar komt.

Dit sjabloon neemt daarom een contactpunt bij de onderwijsinstelling op voor het geval de praktijkplaats tekortschiet, in plaats van dit probleem stilzwijgend tussen de student en het leerbedrijf te laten.

De praktijkovereenkomst is niet de arbeidsovereenkomst

Een veelgemaakte fout is het samenvoegen van de praktijkovereenkomst en de arbeidsovereenkomst in één document. Ze zijn juridisch onderscheiden: de praktijkovereenkomst regelt de inhoud, duur en begeleiding van de beroepspraktijkvorming volgens de WEB, terwijl de arbeidsovereenkomst de arbeidsrechtelijke relatie regelt — loon, arbeidsvoorwaarden, ontslagbescherming — volgens het Burgerlijk Wetboek. De looptijd van beide overeenkomsten kan verschillen.

Dit sjabloon behandelt uitsluitend de praktijkovereenkomst en verwijst expliciet naar de noodzaak van een afzonderlijke arbeidsovereenkomst, in plaats van de indruk te wekken dat één document beide verhoudingen volledig regelt.

Inhoud, begeleiding en beoordeling

Dit sjabloon vereist vastlegging van het kwalificatiedossier of de opleiding waarop de beroepspraktijkvorming is gericht, de begeleider bij het leerbedrijf, de begeleider vanuit de onderwijsinstelling, en de wijze waarop de voortgang wordt beoordeeld. Dit voorkomt dat de praktijkovereenkomst een lege formaliteit wordt die pas bij problemen wordt geraadpleegd.

Clausule-gids

De drie partijen
Onderwijsinstelling, student en leerbedrijf, elk met eigen contactgegevens en handtekeningveld.
Erkenning van het leerbedrijf
Bevestigt dat het leerbedrijf over een erkenning op grond van artikel 1.5.3 WEB beschikt.
Kwalificatiedossier en opleiding
De opleiding of het kwalificatiedossier waarop de beroepspraktijkvorming is gericht.
Duur en omvang van de praktijkplaats
Start- en einddatum en het aantal praktijkuren, los van de duur van een eventuele arbeidsovereenkomst.
Begeleiding
De begeleider bij het leerbedrijf en de begeleider vanuit de onderwijsinstelling, en de wijze van voortgangsbeoordeling.
Contactpunt bij tekortschieten van de praktijkplaats
Wie te benaderen is bij de onderwijsinstelling als de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is.
Verwijzing naar de arbeidsovereenkomst
Verduidelijkt dat deze praktijkovereenkomst losstaat van een eventuele afzonderlijke arbeidsovereenkomst tussen student en leerbedrijf.

Hoe deze overeenkomst goed op te stellen

De praktijkovereenkomst BBL heeft een eigen wettelijk regime en horen niet te worden opgesteld op basis van een algemeen sjabloon voor stage- of arbeidsovereenkomsten.

  • Alle drie de partijen laten ondertekenen

    De overeenkomst wordt gesloten door de instelling, de student en het bedrijf of de organisatie dat de beroepspraktijkvorming verzorgt.

    Artikel 7.2.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs
  • Bevestigen dat het leerbedrijf erkend is

    De beroepspraktijkvorming vindt plaats bij een bedrijf of organisatie met een erkenning op grond van artikel 1.5.3.

    Artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs
  • Een contactpunt opnemen voor tekortschietende praktijkplaatsen

    Bij tekortschietende beschikbaarheid of begeleiding bevordert het bevoegd gezag van de instelling, na overleg met de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, een vervangende voorziening.

    Artikel 7.2.9, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
  • Niet de praktijkovereenkomst en de arbeidsovereenkomst samenvoegen

    De praktijkovereenkomst regelt de beroepspraktijkvorming; de arbeidsovereenkomst regelt de arbeidsrechtelijke relatie en kan een andere looptijd hebben. Beide horen afzonderlijk te worden vastgelegd.

Hoe dit sjabloon voor een praktijkovereenkomst BBL te gebruiken

  1. Identificeer de drie partijen. Vermeld de onderwijsinstelling, de student en het leerbedrijf, elk met contactgegevens.
  2. Bevestig de erkenning van het leerbedrijf. Controleer en vermeld dat het leerbedrijf over een erkenning op grond van artikel 1.5.3 WEB beschikt.
  3. Leg kwalificatiedossier, duur en begeleiding vast. Vermeld de opleiding, de start- en einddatum van de praktijkplaats, en de begeleiders bij het leerbedrijf en de instelling.
  4. Neem een contactpunt op voor problemen. Vermeld wie bij de onderwijsinstelling te benaderen is als de praktijkplaats tekortschiet.
  5. Verwijs naar de arbeidsovereenkomst en ondertekenen. Bevestig dat een afzonderlijke arbeidsovereenkomst nodig is voor de arbeidsrechtelijke relatie, en laat alle drie de partijen ondertekenen.

Veelgestelde vragen

Wie zijn de partijen bij een praktijkovereenkomst BBL?

Drie partijen: de onderwijsinstelling, de student en het bedrijf of de organisatie dat de beroepspraktijkvorming verzorgt, volgens artikel 7.2.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Is de praktijkovereenkomst hetzelfde als de arbeidsovereenkomst?

Nee. De praktijkovereenkomst regelt de beroepspraktijkvorming volgens de WEB; de arbeidsovereenkomst regelt de arbeidsrechtelijke relatie volgens het Burgerlijk Wetboek. Beide kunnen een verschillende looptijd hebben en horen afzonderlijk te worden vastgelegd.

Moet het leerbedrijf erkend zijn?

Ja. De beroepspraktijkvorming vindt plaats bij een bedrijf of organisatie met een erkenning op grond van artikel 1.5.3 van de WEB, niet bij elk bedrijf dat bereid is een leerling aan te nemen.

Wat gebeurt er als de praktijkplaats tijdens de opleiding tekortschiet?

Het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling bevordert, na overleg met de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar komt.

Wie is verantwoordelijk voor de begeleiding van de student?

Zowel het leerbedrijf als de onderwijsinstelling hebben een begeleidende rol; dit sjabloon vereist het vermelden van beide begeleiders en de wijze van voortgangsbeoordeling.

Kan de looptijd van de praktijkovereenkomst afwijken van de arbeidsovereenkomst?

Ja. Omdat het twee juridisch onderscheiden overeenkomsten zijn, kunnen de looptijden verschillen; dit sjabloon regelt uitsluitend de praktijkovereenkomst.

Wie tekent de praktijkovereenkomst?

Alle drie de partijen: de onderwijsinstelling, de student, en het leerbedrijf of de organisatie dat de beroepspraktijkvorming verzorgt.

Disclaimer

Dit sjabloon en deze gids zijn uitsluitend informatief en vormen geen juridisch of arbeidsrechtelijk advies. Raadpleeg de onderwijsinstelling en, voor de arbeidsrechtelijke kant van de relatie, een specialist in arbeidsrecht.