Inkomstenbelasting berekenen 2026
Bereken je inkomstenbelasting in box 1 voor 2026 — schijftarieven, aftrekposten en netto-inkomen, direct en gratis.
Bijgewerkt voor belastingjaar 2026 · Officiële bron: belastingdienst.nl
Hoe werkt de inkomstenbelasting in Nederland?
De inkomstenbelasting is de belasting die je in Nederland betaalt over je inkomen. Het inkomen wordt verdeeld over drie zogenoemde boxen. Verreweg de meeste mensen betalen belasting in box 1: inkomen uit werk en woning, zoals loon, winst uit onderneming, pensioen, uitkeringen en het eigenwoningforfait. Onze rekentool berekent de inkomstenbelasting in box 1 voor belastingjaar 2026.
Box 1 kent een progressief stelsel met schijven: hoe hoger je inkomen, hoe hoger het tarief over de bovenste euro's. Belangrijk om te weten is dat de tarieven in de eerste twee schijven niet alleen inkomstenbelasting bevatten, maar ook de premies volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz). Deze premies en de belasting worden samen via één gecombineerd tarief geïnd, zodat je in de praktijk maar één percentage per schijf ziet.
Inkomstenbelasting berekenen — stap voor stap
Wil je zelf je bruto netto berekenen? Volg deze stappen, of laat de rekentool het automatisch voor je doen:
- Bepaal je bruto jaarinkomen. Tel je bruto maandinkomen × 12 op bij vakantiegeld, eventuele bonussen en andere belaste inkomsten uit werk en woning.
- Trek je aftrekposten af. Denk aan hypotheekrenteaftrek, pensioenpremie, lijfrente of aftrekbare zorgkosten. Wat overblijft is je belastbaar inkomen in box 1.
- Pas de schijftarieven 2026 toe. Bereken de belasting per schijf en tel die bij elkaar op (zie de tabel hieronder).
- Verreken de heffingskortingen. Trek de algemene heffingskorting en de arbeidskorting af van de berekende belasting.
- Bereken je netto-inkomen. Netto = bruto inkomen − inkomstenbelasting (na heffingskortingen).
Belastingschijven 2026 — de tarieven in box 1
Voor belastingjaar 2026 gelden er drie schijven in box 1 voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt. De tarieven in schijf 1 en 2 zijn gecombineerde tarieven: ze bevatten zowel inkomstenbelasting als de premies volksverzekeringen.
- Schijf 1 — 35,82 %: over het belastbaar inkomen tot € 38.441.
- Schijf 2 — 37,48 %: over het inkomen van € 38.441 tot € 76.817.
- Schijf 3 — 49,50 %: over het inkomen boven € 76.817.
Let op: het toptarief van 49,50 % geldt alleen over het deel van je inkomen boven € 76.817, niet over je hele inkomen. Bij een belastbaar inkomen van € 90.000 betaal je dus 35,82 % over de eerste schijf, 37,48 % over de tweede en pas 49,50 % over de laatste ruim € 13.000.
Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden in de eerste schijf lagere tarieven, omdat zij geen AOW-premie meer betalen. De actuele tarieven en bedragen vind je altijd op de officiële bron: belastingdienst.nl.
Heffingskorting, arbeidskorting en aftrekposten
Naast de schijftarieven verlagen heffingskortingen je belastingaanslag. Het verschil met aftrekposten is belangrijk: een heffingskorting gaat rechtstreeks van je belasting af, terwijl een aftrekpost je belastbaar inkomen verlaagt.
Heffingskortingen
- Algemene heffingskorting: een korting waar vrijwel iedereen recht op heeft. Het bedrag bouwt af naarmate je inkomen stijgt en daalt bij hogere inkomens richting nul.
- Arbeidskorting: een korting voor mensen die werken (loon of winst). Deze loopt eerst op met je inkomen en bouwt daarna weer af bij hogere inkomens.
- Daarnaast bestaan er specifieke kortingen, zoals de inkomensafhankelijke combinatiekorting voor werkende ouders en de ouderenkorting voor AOW-gerechtigden.
Aftrekposten
Aftrekposten verlagen je belastbaar inkomen. De bekendste zijn de hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning, betaalde pensioenpremies en lijfrente, specifieke zorgkosten, giften aan goede doelen en bepaalde studiekosten.
De drie boxen op een rij
- Box 1 — werk en woning: loon, winst, pensioen, uitkeringen en het eigenwoningforfait. Hier worden de bovenstaande schijftarieven toegepast.
- Box 2 — aanmerkelijk belang: inkomen uit een belang van 5 % of meer in een bv, bijvoorbeeld dividend.
- Box 3 — sparen en beleggen: belasting over je vermogen (spaargeld en beleggingen) boven het heffingsvrije vermogen.
Gemiddeld tarief versus marginaal tarief
Veel mensen verwarren deze twee. Het gemiddelde tarief (ook wel effectief tarief) geeft aan welk percentage van je totale inkomen je aan belasting kwijt bent. Het marginale tarief is het percentage dat je betaalt over je laatst verdiende euro — dus over een loonsverhoging, overwerk of een bonus.
Een voorbeeld: bij een belastbaar inkomen van € 60.000 val je deels in schijf 2, dus je marginale tarief is 37,48 %. Je gemiddelde tarief ligt echter lager, omdat een groot deel van je inkomen tegen 35,82 % wordt belast en de heffingskortingen je aanslag verlagen. Wil je weten wat je netto overhoudt van een loonsverhoging, kijk dan naar je marginale tarief.
Aangifte inkomstenbelasting, voorlopige aanslag en wijzigingen
Aangifte doen
De aangifte inkomstenbelasting over belastingjaar 2025 doe je in het voorjaar van 2026. De deadline is 1 mei 2026. De Belastingdienst stelt vanaf 1 maart een vooringevulde aangifte beschikbaar, waarin loon, WOZ-waarde en bankgegevens al ingevuld staan. Controleer deze gegevens altijd en vul je aftrekposten aan. Lukt het niet op tijd, vraag dan vóór 1 mei uitstel aan.
Voorlopige aanslag
Met een voorlopige aanslag ontvang je een teruggave of betaal je belasting al gedurende het jaar in maandelijkse termijnen. Dit is handig als je bijvoorbeeld recht hebt op hypotheekrenteaftrek of als ondernemer alvast belasting wilt reserveren. Na je definitieve aangifte verrekent de Belastingdienst het verschil.
Recente wijzigingen
Sinds 2025 kent box 1 een derde schijf, waardoor middeninkomens in schijf 2 een iets lager tarief betalen dan voorheen. Voor 2026 zijn de tarieven en schijfgrenzen opnieuw geïndexeerd: schijf 1 bedraagt 35,82 % tot € 38.441 en schijf 2 37,48 % tot € 76.817. Houd voor de meest actuele bedragen altijd belastingdienst.nl aan; onze rekentool geeft een snelle en nauwkeurige schatting voor box 1.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Hoe kan ik mijn inkomstenbelasting 2026 berekenen?
Voer je bruto jaarinkomen in en trek je aftrekposten af om je belastbaar inkomen in box 1 te krijgen. Pas vervolgens de schijftarieven van 2026 toe (35,82 %, 37,48 % en 49,50 %) en verminder met de algemene heffingskorting en arbeidskorting. Onze rekentool doet dit automatisch en toont direct je netto-inkomen.
Wat zijn de belastingschijven 2026?
Voor 2026 kent box 1 drie schijven (onder de AOW-leeftijd): schijf 1 bedraagt 35,82 % tot € 38.441, schijf 2 bedraagt 37,48 % van € 38.441 tot € 76.817 en schijf 3 bedraagt 49,50 % over het inkomen boven € 76.817. De tarieven in schijf 1 en 2 bevatten ook de premies volksverzekeringen.
Wat is het verschil tussen bruto en netto?
Je bruto-inkomen is je inkomen vóór belasting. Je netto-inkomen is wat overblijft nadat de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen zijn ingehouden en de heffingskortingen zijn verrekend. Bij een modaal inkomen houd je netto grofweg 70 tot 75 % van je bruto-inkomen over, afhankelijk van je heffingskortingen en aftrekposten.
Wat is de heffingskorting en hoeveel bedraagt die?
De heffingskorting is een korting op de te betalen belasting. De belangrijkste zijn de algemene heffingskorting (voor vrijwel iedereen) en de arbeidskorting (voor wie werkt). Beide bouwen af naarmate je inkomen stijgt en kunnen bij hogere inkomens tot nul dalen. Ze verlagen je belasting rechtstreeks, niet je belastbaar inkomen.
Wat is het verschil tussen het gemiddelde en het marginale tarief?
Het gemiddelde (effectieve) tarief is het percentage van je totale inkomen dat je aan belasting betaalt. Het marginale tarief is het percentage dat je betaalt over elke extra verdiende euro — relevant bij overwerk, een bonus of een loonsverhoging. In de hoogste schijf is je marginale tarief 49,50 %, terwijl je gemiddelde tarief vaak veel lager ligt.
Wat zijn box 1, box 2 en box 3?
Box 1 belast inkomen uit werk en woning (loon, winst, pensioen, eigen woning). Box 2 belast inkomen uit aanmerkelijk belang (een belang van 5 % of meer in een bv). Box 3 belast inkomen uit sparen en beleggen (vermogen). Onze rekentool richt zich op box 1, waar de meeste mensen hun salaris en pensioen aangeven.
Welke aftrekposten kan ik gebruiken?
Veelvoorkomende aftrekposten in box 1 zijn de hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning, betaalde pensioenpremies en lijfrente, specifieke zorgkosten, giften aan goede doelen en bepaalde studiekosten. Aftrekposten verlagen je belastbaar inkomen en dus de te betalen belasting.
Wanneer moet ik aangifte inkomstenbelasting doen?
De aangifte over belastingjaar 2025 moet uiterlijk 1 mei 2026 bij de Belastingdienst binnen zijn. Je kunt om uitstel vragen als je meer tijd nodig hebt. Doe je vóór 1 april aangifte, dan krijg je doorgaans vóór 1 juli bericht over de definitieve aanslag.
Wat is een voorlopige aanslag?
Een voorlopige aanslag is een tussentijdse berekening van je belasting, bijvoorbeeld voor de maandelijkse teruggave van hypotheekrente of voor ondernemers die belasting vooruitbetalen. De definitieve aanslag volgt na je aangifte en verrekent het te veel of te weinig betaalde bedrag.
Hoeveel belasting betaal ik over € 50.000 bruto?
Bij € 50.000 belastbaar inkomen val je deels in schijf 1 (35,82 % tot € 38.441) en deels in schijf 2 (37,48 % over het deel daarboven). Vóór heffingskortingen komt dat neer op ongeveer € 18.100 belasting; na verrekening van de algemene heffingskorting en arbeidskorting houd je netto duidelijk meer over. Gebruik de rekentool voor een exact bedrag.
