Rekenmachine Samengestelde Interest
Gratis rekenmachine voor samengestelde interest (rente op rente) met maandelijkse inleg, inflatiecorrectie en Box 3-vermogensrendementsheffing voor spaarrekeningen en beleggingen.
Toekomstige waarde
€ 40.071
Groei in de tijd
| jaar | Inleg | Rente | Saldo |
|---|---|---|---|
| 1 | € 2.400 | € 281 | € 12.681 |
| 2 | € 2.400 | € 348 | € 15.429 |
| 3 | € 2.400 | € 418 | € 18.247 |
| 4 | € 2.400 | € 489 | € 21.136 |
| 5 | € 2.400 | € 562 | € 24.098 |
| 6 | € 2.400 | € 637 | € 27.135 |
| 7 | € 2.400 | € 714 | € 30.249 |
| 8 | € 2.400 | € 793 | € 33.442 |
| 9 | € 2.400 | € 873 | € 36.715 |
| 10 | € 2.400 | € 956 | € 40.071 |
Uitsluitend bedoeld ter indicatie. Het werkelijke rendement en de belastingbehandeling zijn afhankelijk van uw specifieke bank, aanbieder en persoonlijke situatie — raadpleeg een financieel adviseur.
Hoe samengestelde interest (rente op rente) werkt
Bij samengestelde interest ontvangt u niet alleen rente over uw oorspronkelijke inleg, maar ook over alle rente die al eerder is bijgeschreven. Zodra rente wordt bijgeschreven, wordt deze onderdeel van het saldo en gaat deze in de volgende periode zelf weer rente opleveren — daarom groeit een spaarsaldo na verloop van tijd steeds sneller in plaats van in een rechte lijn.
Neem een startbedrag van € 10.000 op een rekening met 2,5% rente per jaar, maandelijks bijgeschreven, met daarnaast een extra maandelijkse inleg van € 200. In de eerste maanden is de bijgeschreven rente nog klein ten opzichte van de bedragen die worden ingelegd. Na een aantal jaar bevat het saldo echter al meerdere rondes samengestelde rente, en versnelt de groei doordat de basis waarover rente wordt berekend steeds groter wordt. De gekozen bijschrijvingsfrequentie (maandelijks, jaarlijks, enzovoort) bepaalt hoe vaak al bijgeschreven rente zelf weer rente gaat opleveren — hoe vaker de bijschrijving, hoe verder het effectieve jaarlijkse rendement boven het genoemde nominale percentage uitkomt.
Box 3: het forfaitaire rendement op spaargeld, niet de werkelijke rente
Belangrijk om te begrijpen: de Belastingdienst belast spaargeld en beleggingen in Box 3 niet op basis van de rente die u daadwerkelijk hebt ontvangen. In plaats daarvan wordt een forfaitair (fictief, ook wel 'verondersteld') rendement toegepast op uw vermogen, waarover vervolgens belasting wordt geheven — ongeacht of uw werkelijke rente hoger of lager uitvalt. Sinds de uitspraak van de Hoge Raad van eind 2021 (het zogenoemde 'Kerstarrest') wordt dit forfait per vermogenscategorie apart vastgesteld: banktegoeden krijgen een ander, doorgaans veel lager, forfaitair percentage dan overige bezittingen zoals beleggingen, en dat percentage wijzigt elk jaar en wordt voor spaargeld pas na afloop van het kalenderjaar definitief vastgesteld. Zo bedroeg het forfait voor banktegoeden 0,92% in 2023, 1,44% in 2024 en 1,37% in 2025; voor 2026 hanteert de Belastingdienst voorlopig een vergelijkbare orde van grootte. Over dat forfaitaire bedrag wordt vervolgens 36% belasting geheven, en er geldt een heffingsvrij vermogen (in 2026 € 59.357 per persoon, het dubbele voor fiscale partners) dat buiten de heffing blijft.
Let op: dit is een fundamenteel ander mechanisme dan de nominale rente die u in dit rekenmodel invult om de groei van uw spaargeld te simuleren. Het nominale rentepercentage van dit rekenvoorbeeld (2,5%) bepaalt hoeveel uw saldo daadwerkelijk groeit; de Box 3-heffing is een aparte, jaarlijkse aanslag op basis van een verondersteld rendement over uw totale vermogen, los van de werkelijke rente die u op uw rekening bijgeschreven krijgt. Deze rekenmachine benadert dat tweede, aparte mechanisme met één representatief effectief percentage van het saldo per jaar wanneer u de belastingoptie aanzet — dit is een vereenvoudiging, geen exacte simulatie van de officiële forfaitaire percentages en schijven, die ieder jaar wijzigen. Vanaf een later jaar is bovendien een stelsel op basis van werkelijk rendement aangekondigd; tot die tijd kunt u met het formulier 'Opgaaf werkelijke rendement' bezwaar maken als uw eigen rendement lager was dan het forfait.
Spaarrekeningen in Nederland
Een vrij opneembare spaarrekening bij een Nederlandse bank geeft u op elk moment toegang tot uw geld, met een variabele rente die per aanbieder verschilt en meebeweegt met de algemene rentestand — indicatief zo'n 2–3% per jaar, maar dit wisselt sterk en moet u bij uw eigen bank controleren. Zulke rekeningen vallen doorgaans onder de Box 3-heffing zoals hierboven beschreven, ongeacht welke rente de bank u daadwerkelijk uitkeert.
Voorbeeld: € 10.000 plus € 200 per maand bij 2,5% over 10 jaar
Bij een startbedrag van € 10.000, een maandelijkse inleg van € 200, tegen een nominaal rentepercentage van 2,5% per jaar met maandelijkse bijschrijving, komt deze rekenmachine na 10 jaar uit op een eindwaarde van € 40.071. Daarvan is € 34.000 eigen inleg (het startbedrag van € 10.000 plus € 24.000 over de tien jaar ingelegd) en € 6.071 is verdiende rente. Door de maandelijkse bijschrijving komt het effectieve jaarlijkse rendement uit op 2,53% — iets boven het genoemde nominale percentage van 2,5%. Bij dit rendement zou een eenmalig ingelegd bedrag, zonder verdere inleg, ongeveer 27,8 jaar nodig hebben om te verdubbelen. Let op: dit is de groei van het spaarsaldo zelf, los van de Box 3-heffing die daar apart overheen komt als u die optie aanzet.
Voorbeeld: dezelfde € 10.000 zonder maandelijkse inleg
Zou u diezelfde € 10.000 tegen 2,5% met maandelijkse bijschrijving inleggen, maar zonder verdere inleg, dan komt de eindwaarde na 10 jaar uit op € 12.837 — waarvan € 2.837 rente. Vergeleken met de € 40.071 uit het voorbeeld hierboven laat dit zien hoeveel van de hogere eindwaarde daadwerkelijk uit de maandelijkse inleg komt en niet alleen uit het startbedrag: regelmatig inleggen maakt over dezelfde periode en hetzelfde percentage het grootste verschil.
Sinds het Kerstarrest van de Hoge Raad (eind 2021) wordt het forfaitaire rendement in Box 3 per vermogenscategorie vastgesteld, met een apart en doorgaans veel lager percentage voor banktegoeden dan voor beleggingen — een nuance die veel generieke rekenmachines niet meenemen. Het kabinet heeft bovendien aangekondigd op termijn over te stappen op een heffing over werkelijk rendement; tot dat moment blijft het forfaitaire stelsel met heffingsvrij vermogen van kracht.


